Grondslagen
Klinische en neurofunctionele grondslagen
De DMOKA® steunt op actuele kennis in de psychotraumatologie, neurofysiologie van stress en integratieve therapieën. Het klinische kader berust op de vaststelling dat trauma multimodaal wordt opgeslagen en dat de herverwerking ervan baat heeft bij eveneens multimodale stimulatie.
De neurofunctionele grondslagen van de methode integreren onderzoek naar procedureel geheugen, geheugenreconsolidatie, de rol van het autonome zenuwstelsel en Stephen Porges' polyvagale theorie.
FAQ
Wetenschappelijke vragen
Verder gaan
Vergelijking
DMOKA®, EMDR & IMO
De DMOKA® deelt met EMDR en IMO het gebruik van oogbewegingen als therapeutische hefboom. Ze onderscheidt zich echter op verschillende structurele aspecten.
Hypothesen
Verklarende hypothesen
Mnestische reconsolidatie
De activering van een traumatische herinnering in een staat van veiligheid, gecombineerd met multimodale stimulaties, zou de reconsolidatie ervan kunnen faciliteren in een minder storend spoor.
Regulatie van het ANS
Ritmische en bilaterale stimulaties, gecombineerd met de stem van de patiënt, zouden het parasympathische zenuwstelsel kunnen activeren en traumatische hyperactivatie kunnen verminderen.
Somato-vibratoire resonantie
De vocale en vibratoire dimensie van de TLEi® zou effecten van semantische verzadiging en emotionele reconsolidatie produceren via lichamelijke resonantie.
Zorgvuldigheid
Wetenschappelijke bezwaren & voorzichtige antwoorden
De DMOKA® claimt geen bewijsniveau dat ze niet bezit. Haar wetenschappelijke positie is die van voorzichtigheid en transparantie.
Bronnen
Om verder te gaan
Neurowetenschappen van trauma
Van der Kolk, B. (2014). Het lichaam houdt de score bij. — Porges, S. (2011). De polyvagaaltheorie. — Levine, P. (2010). In een ongesproken stem.
EMDR en IMO
Shapiro, F. (2001). EMDR: Desensibilisatie en verwerking via oogbewegingen. — Beaulieu, D. (2005). Integratie door oogbewegingen.